1. Er wordt een appèl gedaan op meerdere intelligenties. Naast taalkundig-verbale en wiskundig-logische, is er ook sprake van ruimtelijk-visuele, lichamelijk-motorische, muzikaal-ritmische, sociale (interpersoonlijke), reflectieve (intrapersoonlijke) en natuurgerichte intelligentie.
2. Differentiatie is een basisgegeven van Natuurlijk leren, hierbij gaat het niet alleen om differentiatie in leerniveau maar zeker ook om differentiatie in interesses. Individuele leerprocessen, werken op eigen niveau en eigen ontwerp van je leer- en ontwikkelingsroute zijn kenmerkend.
3. De leerlingen worden uitgedaagd tot actief leren. Daarvoor is het noodzakelijk de leerlingen vertrouwen te geven en zelfstandig op pad te laten gaan in de reële maatschappelijke context.
De praktijk
1. Leerkrachten staan met z'n drieën of meer voor een groep, die groter is dan een reguliere klas. De leerkrachten zijn met z'n drieën tegelijk aan het werk. Dat betekent dat het klassikaal toespreken van de hele groep niet meer voor de hand liggend is.
2. Leerkrachten vervullen in het Natuurlijk leren twee rollen: het begeleiden/coachen van de leerlingen (de rol van leermeester) en het geven van workshops en trainingen: gespecialiseerde instructie (de rol van werkmeester).
3. Sturend voor het
leerproces zijn niet de leermethodes, maar het niveau, de
interesse en de
keuze van de leerling.

4. Leerlingen werken o.a. aan prestaties, betekenisvolle en concrete opdrachten met een echte opdrachtgever, waar leerlingen uit kunnen kiezen. Het eindresultaat doet er dus toe. Prestaties zijn het hart van Natuurlijk leren.
5. Om de zoveel weken is er een week van reflectie, terugkijken op wat de leerling heeft gedaan en wat het resultaat is. Leerlingen presenteren dit ook vaak aan elkaar.
















